Hypotheekbegrippenlijst

Hypotheekbegrippenlijst

Bandbreedte (rente)
Bij rente met bandbreedte wordt uw rente vastgezet tussen een bepaalde bandbreedte. Stijgt of daalt de marktrente meer dan deze bandbreedte, dan heeft dat invloed op uw rentebedrag.

Een voorbeeld: u heeft een afgesproken rentepercentage van 5,5% en een bandbreedte van 1%. Stijgt of daalt de hypotheekrente minder dan 1%, dan gebeurt er niets. Stijgt de hypotheekrente bijvoorbeeld met 3%, dan stijgt uw rente met 2% (3% minus de bandbreedte van 1%). Dezelfde regel geldt bij rentedalingen.

Basisrente
De geldende marktrente die een bank in rekening brengt voor nieuwe hypotheken. In de meeste gevallen gaat het om de rente die men kan aanbieden bij hypotheken met een Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

Bij extra risico kan een toeslag bovenop de basisrente komen. De verhouding tussen de lening en de executiewaarde is veelal bepalend voor de hoogte van de toeslag.

Boeterente
Wanneer u méér aflost dan in de hypotheekovereenkomst is vastgelegd of toegestaan, moet over het bedrag dat extra is afgelost boeterente betaald worden.

Bouwrente
Alle rente die de koper van een nieuwbouwwoning tijdens de bouw moet betalen aan de hypotheekverstrekker en aannemer. Hierbij kan het gaan om boeterente, financieringsvergoeding, hypotheekrente en uitstelrente. De kosten voor bouwrente worden in de meeste gevallen meegefinancierd in de hypotheek.

Contante waarde
Wanneer u een hypotheek geheel of gedeeltelijk beeindigt, leidt de hypotheekverstrekker een renteverlies wanneer de afgesproken rente hoger is dan de op dat moment geldende dagrente. Als blijkt dat u geen aanspraak kunt maken op een gehele of gedeeltelijke boetevrije aflossing, dan geldt meestal de contante waarde van het totale verschil als boete tussen de hogere en de lagere rente-opbrengst tot het einde van de rentevaste periode.

Contractrente
De effectieve rente die u met uw hypotheekverstrekker bent overeengekomen.

Dagrente
Het dagtarief – ook wel venstertarief genoemd – is het tarief dat door de hypotheekverstrekker openbaar wordt gemaakt. Bij een renteherzieningsdatum heeft uw rente meestal betrekking op dit dag- of venstertarief.

Dalrentegarantie
De dalrentegarantie garandeert dat de hypotheekverstrekker de laagste hypotheekrente aanbiedt in de periode tussen het bevestigen van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte.

Depotrente
De rente die u ontvangt over een bedrag dat u in een depot heeft gezet. Dit kan bijvoorbeeld als u nog niet meteen het hele hypotheekbedrag betaalt (bijvoorbeeld in het geval van een nieuwbouwproject), maar het geld wel al geleend heeft. Dit bedrag is gelijk of lager aan uw hypotheekrente.
Effectieve rente of bruto werkelijke rente
De effectieve rente omvat de rente inclusief betalingsvorm en afsluitprovisie en is een goed uitgangspunt voor uw werkelijke hypotheeklasten. Bij de berekening wordt naast de nominale rente ook rekening gehouden met de effecten van eventuele afsluitkosten, te weten het tijdstip van betalingen (begin of eind van de maand) en het aantal betalingen per jaar (per maand of kwartaal).

Heffingsrente
U betaalt of ontvangt heffingsrente wanneer de Belastingdienst uw aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen over een bepaald jaar oplegt na 1 juli van het daarop volgende jaar.

Hypotheekrente
De hypotheekrente is de uiteindelijke vergoeding die u verschuldigd bent voor uw hypothecaire lening. Dit bedrag is aftrekbaar van uw belastbaar inkomen. Een voorwaarde is wel dat u de gelden hebt aangewend voor de aankoop van de woning en/of woningverbetering.

Hypotheekrente tijdens de bouw
Ook wel bouwfinanciering genoemd, waarmee eerst de grond en daarna de resterende termijnen betaald worden. Op het moment van aankoop wordt het hele bedrag afgesloten en in een apart depot gezet. Over dit bedrag kunt u vervolgens depotrente ontvangen (zie ook: depotrente).

Instap- of orientatierente
Een instaprente, ook wel orientatierente genoemd, zorgt ervoor dat een hypotheek binnen een periode van twee jaar eenmalig kosteloos kan worden aangepast als de geldende rente daalt. Daarna geldt in de meeste gevallen een rentevaste periode van tien jaar.

Instapfaciliteit
Een hypotheekproduct met instapfaciliteit geeft u de mogelijkheid om gedurende een instapperiode (meestal een á twee jaar) over te stappen naar een langere rentevaste periode. Wanneer u verwacht dat de rente de komende tijd daalt, kunt u ervoor kiezen een hypotheekproduct te nemen met een zogenaamde instapfaciliteit.

Sommige hypotheekverstrekkers bieden de mogelijkheid om u bij een rentestijging alsnog een aantal dagen de tijd te geven om een rentevaste periode tegen het eerdere rentepercentage af te sluiten.

Invorderingsrente
Als u na het verstrijken van de laatste betalingstermijn niet betaald heeft of uitstel krijgt, rekent de Belastingdienst invorderingsrente. Als een reeds door u betaalde aanslag wordt verminderd ontvangt u juist invorderingsrente.

Middelrente
Het renteniveau dat tussen uw huidige hypotheekrente en de geldende dagrente ligt. Mocht de dagrente lager zijn dan uw huidige rente, dan kan het gunstig zijn om uw huidige hypotheek over te sluiten. Hier zitten overigens wel extra kosten aan verbonden.

Netto werkelijke rente
De netto werkelijke rente brengt de werkelijke kostprijs van een hypotheek in zicht, inclusief de berekening van de totale kosten van de hypotheekverstrekker, de verzekeringspremie en het te verwachten fiscale effect.

Nominale rente
De feitelijke marktrente, bestaande uit de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. De hypotheekverstrekker compenseert de geldontwaarding van de middelen die hij tijdelijk afstaat door dit percentage te integreren in nominale rente.

Reële rente
Het verschil tussen de marktrente en het inflatiepercentage.

Rekenrente
De rekenrente is het rentebedrag dat levensverzekeringsmaatschappijen moeten vergoeden over in de verzekering opgebouwd kapitaal.

Rente bijschrijven
Bij overwaarde van uw woning kan in sommige gevallen het aflossen van de hypotheek stopgezet worden. Daarnaast kan de rente bij de schuld bijgeschreven worden.

Renteopslag
De renteopslag is een verhoging van het NHG rentetarief als u niet leent met een Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De opslag is meestal hoger naarmate het geleende bedrag hoger wordt in verhouding tot de executiewaarde van de woning.

Rentebedenktijd
Zie: Instapfaciliteit.

Rentefixatie periode
De rentefixatieperiode (ook wel rentevaste periode) houdt in dat uw hypotheekrente voor een van tevoren afgesproken periode vastgezet wordt. Dit is in veel gevallen vijf tot tien jaar.

Rentegarantie
Een garantie dat de hypotheekverstrekker de aangeboden hypotheekrente aanbiedt alvorens een woning is aangewezen.

Renteherziening
Een voorstel tot verlenging van de hypotheekrente, aangeboden door een hypotheekverstrekker op het moment dat uw huidige rentevaste periode ten einde loopt.

Rentemarge
De rentemarge is het verschil tussen de (gemiddelde) debetrente en creditrente, wat de voornaamste inkomstenbron van kredietverstrekkers is.

Rentemiddeling
Een rentemiddeling kan plaatsvinden wanneer een hypotheek vroegtijdig wordt beeindigd en tegelijkertijd een nieuwe hypotheek afgesloten wordt bij diezelfde kredietverstrekker. In dat geval wordt een (variant van het) gemiddelde genomen van de oude en nieuwe rente, wat nauw samenhangt met factoren als de looptijd van de rentevaste periode(n).

Rentevaste periode
De rentevaste periode, ofwel rentefixatie periode, houdt in dat uw hypotheekrente voor een van tevoren afgesproken periode wordt vastgezet. Dit is in veel gevallen vijf tot tien jaar.

Rentevrijstelling
De rentevrijstelling houdt in dat u over een bepaald bedrag aan ontvangen rente geen belasting hoeft af te dragen.

Reservefonds
Dit fonds bestaat uit bijdragen voor toekomstige uitgaven zoals een onderhoud of verbouwing.

Restantschuld
Het restant van de schuld van de oorspronkelijke lening na afdracht van alle andere aflossingen.

Restschuld
De resterende lening nadat uw woning is verkocht en de opbrengst lager is dat de hypotheek.

Restitutie boeterente
In het geval u een boeterente heeft gekregen op basis van vroegtijdig aflossen, maar vervolgens een nieuwe hypotheek aanvraagt bij dezelfde hypotheekverstrekker, dan krijgt u de boeterente in de meeste gevallen terug. Van belang is dat u deze nieuwe hypotheek gemiddeld binnen drie tot zes maanden afsluit.

Rijksrekenrente
De rijksrekenrente bedraagt de rente die levensverzekeringsmaatschappijen wettelijk verplicht moeten vergoeden over het door u opgespaarde bedrag.

Salderen van rente
Het salderen van rente houdt in dat u betaalde rente aftrekt van de reeds ontvangen rente. Resteert er een positief saldo, dan is de rentevrijstelling van toepassing. Blijkt dit saldo negatief, dan is de betaalde rente aftrekbaar. De betaalde hypotheekrente blijft buiten beschouwing.

Stabielrente
Een rentevariant die forse renteschommelingen dempt, wat ervoor zorgt dat u bij kleinere rentestijgingen geen last heeft van hogere maandlasten.

Toetsrente
Een veiligheidsbuffer die alleen gebruikt wordt bij hypotheken met een looptijd korter dan 10 jaar. Wanneer de toetsrente hoger is dan de actuele rente, voorkomt deze toetsrente dat u te veel leent.

Tophypotheek
Een leenbedrag dat boven de waarde van een woning of een bepaald percentage van de executiewaarde ligt. Hieraan is de zogeheten toprente gekoppeld.

Variabele rente
Een variabele rente heeft bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek geen betrekking op een rentevaste periode, maar wordt aangegaan op basis van de dan geldende rente. Deze rente kan voor- of achteraf per dag, maand, kwartaal of half jaar worden vastgesteld.

Vertragingsrente
Een bouwer kan vertragingsrente in rekening brengen op het moment dat u uw bouwtermijnen te laat betaald.

Wettelijke rente
De daadwerkelijke rente die een schuldeiser in rekening mag brengen wanneer nalatigheid van betaling heeft plaatsgevonden. De overheid stelt de hoogte van deze rente periodiek vast.

Hypotheekbegrippenlijst
Beoordeel deze pagina